04-06-08

Dat bericht over die jongen die me verliet voor Sofie

vuilniskar

Gisteren ben ik de allereerste jongen tegengekomen die me ooit een liefdesbrief stuurde. Ik was toentertijd 14 en hij ook. Wat ik me nog goed herinner is hoezeer de brief wel was geparfumeerd. Mega overload! Kuchen kuchen kuchen dat ik deed. Was dat wel normaal, dat jongens parfum spoten op brieven? Was zoiets niet meer iets voor meisjes?

Soit.   

We hadden mekaar ontmoet in het zwembad. Dat beweerde hij toch in zijn brief. En hij had er ter illustratie een foto bij gestopt, ik bedoel niet van het zwembad maar van zichzelf. Zodat er geen twijfel over bestond met wie hij vond dat ik de komende maanden moest verkeren. Ik bekeek de foto aandachtig. En werkelijk, ik had die knul nog nooit opgemerkt. Who the hell was ie? Uitstraling: 4/10, spelling: 2/10, handschrift: 3/10. Dat voorspelde niet veel goeds. Maar dat hij in zijn brief wel tien keer herhaalde dat hij van me hield, dat vond ik nog het meest verontrustend van al. Hoe kon dat? Hoe kon hij van me houden zonder me te kennen? Was het zoiets als mijn relatie met George Michael? In die tijd vertelde ik namelijk mijn grootste problemen aan een sticker van Wham, en ik was ervan overtuigd dat George M. mijn troubles volledig begreep en ooit naar me toe zou vliegen in zijn privéjet om me te troosten in al mijn tienerweltschmerz.
Misschien was het wel zoiets.

Hoe dan ook, dat was lang geleden. En gisteren zag ik hem dus opnieuw. Ik reed in de auto en hij reed voor mij. 't Is te zeggen, hij stond achter op een rijdende vuilniswagen. Echt waar. Verveeld keek hij in 't rond en af en toe krabde hij aan zijn poep (deed hij vroeger ook al, dat laatste). Telkens de truck vertraagde, sprong hij onatletisch van de wagen af om een PMD-zak op te pikken en in de gapende bek van de vuilniskar te zwieren.

En ik, ik reed er gebiologeerd achteraan. Ik bestudeerde zijn batikshirt (zeer eighties), zijn ietwat pafferige gezicht en zijn terugwijkende haarlijn. We waren indertijd ongeveer drie weken samen, allemaal heel onschuldig. Daarna dumpte hij me, vlak voor het zwembad, voor een hardrockliefhebster met een getoupeerd kapsel. Sofie heette ze; hij vond haar de max, zei hij. En zei hij nog eens en nog eens (gemenerik). Gek hoe ik dat nog zo goed weet. Ik heb maandenlang van geen Sofies moeten weten. En had ik hem, de dumper, toen zien hangen aan de vuilniskar, dan had ik hem erin geduwd. Geen genade.

Maar gisteren, toen moest ik gewoon glimlachen toen hij in m'n blikveld kwam en ik dacht: laat hem maar hangen, hij hangt daar goed, soort zoekt soort. Ongeveer na drie minuten was ik het staren beu, gaf overdreven luid gas (zodat hij niet anders kon dan omkijken) en scheurde met een grijnslach om mijn lippen de vuilniswagen voorbij, richting mijn hoofdkwartier. 

Sofie, meid, je mag hem hebben. Zand erover. Veel geluk ermee.

11:20 Gepost door Katrien in Dagelijks leven | Permalink | Commentaren (4) | Tags: lief |  Facebook |